Deze handleiding beschrijft de werkwijze in het Broedvogel Monitoring Project (BMP) en bij tellingen van broedkolonies, beide onderdeel van het Meetnet Broedvogels. Bij deze monitoring is standaardisatie cruciaal. Het is dus belangrijk de inhoud van deze handleiding goed te bestuderen, eventueel ook in combinatie met de informatie per soort op stats.sovon.nl (kies soort en zie tabblad Telrichtlijnen). Bij het BMP wordt een telgebied meerdere keren in een seizoen bezocht en wordt elke waarneming van een potentiële broedvogel van een speciale broedcode voorzien. Na afloop van het veldwerk wordt het aantal territoria bepaald via een combinatie (‘clustering’) van alle verzamelde waarnemingen. Dat gebeurt volgens vaste regels en (bij voorkeur) via de zogenaamde autocluster routine, zodat ook dit onderdeel is gestandaardiseerd. Bij kolonietellingen worden doorgaans twee tellingen in de beste periode gedaan, en wordt meestal het maximum aantal aangehouden (afhankelijk van het moment van de telling).
Auteurs: Vergeer J.W., Boele A., van Bruggen J., van Turnhout C.